Civiel proces

AdamIn het Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie (2005) bekritiseert R.G. de Neve de adeldom van een groot aantal tot de Nederlandse adel behorende families, die destijds zijn erkend of verheven. De Neve belicht in negatieve zin de geslachten Van der Dussen, Van Leijden, Van Alphen, Van Assendelft, Van der Does, Van Teijlingen, Barchman Wuytiers, Coenen, Van der Goes, Hartsen, Schorer, Van Asch van Wijck en Ploos van Amstel. In hetzelfde artikel belicht De Neve – ook in negatieve zin – de adeldom van de familie Quast, die een Duits adelsdiploma heeft. In het tijdschrift van het Centraal Bureau voor Genealogie (Genealogie, jg. 14, nr. 1, maart 2008, p. 17) promoot De Neve om de Oranjes “te eren” met een gedegen onderzoek naar hun buitenechtelijke nageslacht en suggereert hij dat koning Willem Alexander hiervoor gelegenheid kan geven, nu koningin Beatrix hier publiekelijk haar ongenoegen over had uitgesproken. De Neve was korte tijd redacteur van het Nederland’s Adelsboek, maar werd gedwongen om te vertrekken. In februari 2017 heeft het bestuur van de Indische Genealogsche Vereniging De Neve’s erelidmaatschap ingenomen (verslag IGV).

De Neve’s pseudo-wetenschappelijke artikel (1) over de familie Quast in De Nederlandsche Leeuw I (2007), waar hij destijds redacteur van was, vormde aanleiding voor de familie om een civiele procedure tegen De Neve aan te spannen. Het artikel staat bol van de feitelijke onjuistheden en getuigt van een gebrek aan kennis en kunde.

De lagere rechter gaf De Neve gedeeltelijk gelijk met betrekking tot het recht om zijn kritiek te uiten, maar liet na een essentiele voetnoot te citeren die duidelijk maakte dat het artikel een peroonlijke aanval betrof. De rechter werd kort na de uitspraak door een stagiaire aangetroffen als deelnemer bij een beginnerscurus over onrechtmatige publicaties. Tegen zijn uitspraak is hoger beroep ingesteld. Op de terechtzitting van het Gerechtshof Amsterdam van 3 oktober 2011 heeft De Neve in een vaststellingsovereenkomst, die het Hof in een proces-verbaal heeft vastgelegd, zijn excuses aangeboden (Proces-verbaal Gerechtshof Amsterdam 3 oktober 2011, zaaknummer 200.087.156/01). Namens het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde tekende Jonkheer Versélewel de Witt Hamer de vaststellingsovereenkomst. Het excuus is door het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde gepubliceerd (De Nederlandsche Leeuw 128 (2011) 3). Daarmee erkenden De Neve en het Genootschap dat de uitspraak van de lagere rechter, alsmede de handelwijze van De Neve onjuist was. Met de vaststellingsovereenkomst zijn de juridische verhoudingen opnieuw vastgesteld en zijn de rechtsgevolgen van de uitspraak van de lagere rechter vervallen.

(1) Dr J.F.M. Sonneveld (wetenschappelijk onderzoeker, verbonden aan het Nederlands Centrum voor de Promotieopleiding van de Rijksuniversiteit Utrecht) was verbaasd toen hem het artikel van De Neve werd voorgelegd (verslag 11 september 2007): “Toetsingscriteria zijn essentieel in het wetenschappelijk onderzoek en dienen in het onderzoek duidelijk te worden gespecificeerd. In het artikel van De Neve worden geen toetsingscriteria genoemd voor de vraagstelling die De Neve probeert te beantwoorden. Dergelijke toetsingscriteria zouden bijvoorbeeld kunnen bestaan uit het hanteren van een algemeen geaccepteerde en expliciet gemaakte (gepubliceerde) genealogische onderzoeksmethode. Een dergelijke methode noemt De Neve niet. Een goed wetenschappelijk artikel heeft ook een heldere structuur. De opbouw van het artikel van De Neve is niet helder en bevat veel onderdelen die niet relevant zijn voor de vraagstelling. Hierdoor zijn de uitkomsten minder goed controleerbaar”. De familie is het met Dr Sonneveld eens en verwerpt het artikel. Jonkheer Von Bönninghausen bereidt een inhoudelijke reactie voor.