Dr M.W. Holtrop, econoom en president van De Nederlandsche Bank

afbeelding van Holtrop, Marius Wilhelm

Holtrop, Marius Wilhelm, econoom en president van De Nederlandsche Bank (Amsterdam 2-11-1902 – Haarlem 1-4-1988). Zoon van Jan August Holtrop, acteur, en Elisabeth Philippina Brouwenstijn (bij notariële akte van 15-6-1867 naamswijziging in Van Gelder), actrice. Gehuwd op 30-8-1926 met Josina Juchter. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 1 dochter geboren. Na haar overlijden (4-8-1965) gehuwd op 4-10-1966 met Catharina Francisca Maria Peltenburg. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.

Holtrop bekleedde uit hoofde van zijn bankpresidentschap tal van nevenfuncties. Zo was hij van 1958 tot 1967 president van de Bank voor Internationale Betalingen te Bazel, gouverneur van het Internationaal Monetair Fonds en ‘alternate governor’ van de Wereldbank te Washington. In 1964 werd hij voorzitter van het Comité des Gouverneurs van de lidstaten van de Europese Gemeenschap. In eigen land was hij onder meer kroonlid van de Sociaal-Economische Raad en lid van het bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek.

Op grond van zijn alom erkende verdiensten werd Holtrop in binnen- en buitenland geëerd met talrijke onderscheidingen. Zo kreeg hij eredoctoraten van de Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam in 1963 en van de Universiteit van Bazel in 1967; in 1981 ontving hij de Mr. N.G. Piersonpenning ‘op grond van de uitzonderlijke kwaliteit van zijn geschriften’. Sinds 1950 was Holtrop lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Bij deze laatstgenoemde instelling deed hij in een in 1971 uitgesproken mededeling nog een poging zijn bankbeleid econometrisch te rechtvaardigen (‘Over de doeltreffendheid van monetaire politiek: Nederlandse ervaringen 1954-1969’, in Mededelingen der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen , Afd. Letterkunde. Nieuwe reeks, dl. 34, nr. 4). Het lot wil dat deze poging, die veel kritiek heeft uitgelokt in zowel de binnen- als buitenlandse wetenschappelijke tijdschriften, in feite het einde inluidde van het juist door Holtrop groot geworden Nederlandse monetarisme. Mooi, en wellicht ook wel enigszins autobiografisch, is zijn in De Economist (126 (1978) 449-455) opgenomen rede ‘Een terugblik op mr. N.G. Pierson’, uit 1978. Hierin beschrijft Holtrop zijn 19e-eeuwse voorganger als bankpresident met aandachtige opmerkzaamheid als een man gedreven door het algemeen belang en zich bewust van zijn maatschappelijke taak.

Na zijn afscheid als president van de Nederlandsche Bank in 1967 trok Holtrop zich vrijwel geheel uit het openbare leven terug. In 1976 trad hij nog eenmaal voor het voetlicht als een van de drie wijze mannen – samen met prof. A.M. Donner en H. Peschar – die belast werden met het onderzoek naar de betrokkenheid van prins Bernhard bij het omkoopschandaal in de zogeheten Lockheed-affaire. De commissie concludeerde dat de prins onzorgvuldig had gehandeld. Voor het overige leefde Holtrop teruggetrokken in zijn woonplaats Bloemendaal en sinds 1986 te Haarlem, waar hij op 85-jarige leeftijd overleed (bron: http://www.historici.nl).

Literatuur:

J. Zijlstra, Levensbericht M.W. Holtrop, in Jaarboek  Huygens Institute – Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences (KNAW), 1990, Amsterdam, pp. 136-149.

Advertisements