Adeldom

In de literatuur betreffende het geslacht, wordt aan Ds. Johann Caspar Adolph Quast (1718-1790) relatief veel aandacht geschonken. Zijn vader, Ds. Anton Quast (1682-1751), kocht van 1723 tot 1726 in Schwanenberg (Rijnland) verscheidene grondstukken van Freiherr von Quadt zu Wickrath und Schwanenberg. Ds. Johann Caspar Adolph Quast volgde zijn vader in 1751 op als predikant, maar trad in 1770 in dienst van de West-Indische Compagnie. Honderdzeventig jaar later vestigde zijn nageslacht zich weer in Europa. Opvallend zijn de onmiskenbare verwijzingen naar dit verblijf in de West bij de toekenning in 1789 en 1790 van familiewapens aan zijn neef, Johann Anton Freiherr von Quast (geb. 1761) .

Een zoon van Ds. J.C.A. Quast, te weten Jan Hendrik Quast (1773-1825), werd met Koninklijke Beierse toestemming tussen 26 dec. 1805 en 9 aug. 1825 geadopteerd door zijn oudere neef, Johann Anton Freiherr von Quast waarmee de titel Freiherr en het predikaat von overgingen op hem en zijn nakomelingen.

In de verklaring van het Pruisische Heroldsamt d.d. 5 januari 1892, waarvan de Gouverneur van de Nederlandse Antillen een gewaarmerkt afschrift heeft opgemaakt d.d. 11 mei 1959, worden de adoptie door J.A. Freiherr von Quast en de afstamming uit het oeradellijke geslacht Quast ondubbelzinnig bevestigd.

Met brief van 24 augustus 1998 is de verwantschap tussen de in het Genealogisches Handbuch des Adels, Adelslexikon XI (2000) beschreven tak Quast (de onderhavige tak) en de in het Gothaisches Genealogisches Taschenbuch der Adeligen Häuser (1904) behandelde Duitse tak Quast bevestigd door de chef de famille van de Duitse tak Sigismund von Quast. De verwantschap is tijdens de op 29-30 september 1998 te Iphofen gehouden familiedag bekend gemaakt.

Familiepapieren. Adelsdiploma Quast (1789) in familiebezit.


 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.