Geschiedenis van de familie (Juchter van Bergen) Quast

Ferdinand von Quast (* 18. Oktober 1850 zu Radensleben; † 27. März 1939 in Potsdam) war ein preußischer Offizier, zuletzt General der Infanterie im Ersten Weltkrieg.

Ferdinand von Quast (* 18 oktober 1850 te Radensleben; † 27 maart 1939 in Potsdam), generaal-majoor der infanterie. Voor zijn verdiensten verleende keizer Wilhelm II hem op 11 augustus 1916 de Pour le Mérite.

Inleiding

De familie Quast is een van oorsprong Duitse adellijke familie (Genealogisches Handbuch des Adels, Adelslexikon XI, 2000), die zich in de achttiende eeuw op de Nederlandse Antillen vestigde en daar tot het koloniale patriciaat werd gerekend (A.J.C. Krafft, Historie en Oude Families van de Nederlandse Antillen, Het Antilliaans Patriciaat, ‘s-Gravenhage 1951). In het midden van de twintigste eeuw vestigde de familie zich in Nederland. In de West is de adellijke titel zelden gebruikt.

Adeldom

Op 16 maart 1789 heeft Karl Theodor, keurvorst van de Palts en van Beieren, Johann Anton Quast (1761-?) – neef van ds. J.C.A. Quast (1718-1790), van wie de huidige generaties afstammen – in de adelstand verheven onder toekenning van het predicaat von. Tijdens het rijksvicariaat van deze keurvorst, dat duurde vanaf het overlijden van keizer Jozef II op 20 februari 1790 tot de kroning van keizer Leopold II op 9 oktober 1790, werd daaraan op 1 september 1790 de titel Freiherr van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie toegevoegd. Titel en predicaat zijn blijkens een verklaring van het Pruisische Heroldsamt door middel van adoptie overgegaan op de huidige generaties. Bij de verlening van de titel vitéz werden te Budapest op 13 september 2014 de oude Duitse Freiherren-titel en het adelspredicaat erkend voor de huidige generaties door Zijne Keizerlijke en Koninklijke Hoogheid József Árpád van Habsburg, aartshertog van Oostenrijk.

Heroldenamt-Bd. 20-1 nr. 26

Freiherren-diploma J.A. Freiherr von Quast 1790 – Bayerisches Hauptstaatsarchiv – königlich-bayerisches Heroldsamt – Bd. 20-1 nr. 26 – Opvallend zijn de onmiskenbare verwijzingen naar het verblijf in de West.

Heraldiek

Het Freiherren-wapenschild, vermeerderd met een schildhoofd van goudhermelijn, is geregistreerd door het Department of Arts and Culture van de republiek Zuid-Afrika en gepubliceerd in de Government Gazette No. 37653 van 23 mei 2014, onder Government Notice No. 380, voor leden van de Family Association of the Barons Von Quast (Familienverband der Freiherren von Quast).

Naamstoevoegingen

Bij Koninklijk Besluit te Den Haag, 24 aug. 2001, nr. 01.003931 werd de naam Juchter van Bergen aan de stamnaam Quast toegevoegd. Door de oudste tak wordt Juchter van Bergen Quast of Freiherr von Quast-Juchter gevoerd (de laatste naam werd ingeschreven in de Books of the Lords of Council and Session Edinburgh, onder nummer 27, 757).

Oudere stamreeks
I. Kerstien Quast, auf Garz, tr. N.N.

II. Albrecht Quast, auf Garz, tr. N.N. von Schlieben.

III. Joachim von Quast, auf Garz, tr. Catharina von Bocholtz [dr. Wilhelm von Bocholtz en Elisa von Hertefeld].

IV. Werner Quast, leenman van de abdij Gladbach vanaf 1566, overl. Gladbach tussen 7 maart 1603 en 9 juli 1604, tr. le Gladbach voor 13 sept. 1567 Anna, overl. na 13 febr 1573.

V. Anton Quast, [leenman], geb. omstr. 1570, overl. ?, tr. vòòr 3 aug. 1604 (verm. 1598) Catharina, vermeld 1604.

VI. Johann Quast, geb. omstr. 1599, leenman te Odenkirchen (10 dec. 1648, Kurkölnische Unterherrschaft), stadhouder van Odenkirchen vanaf 8 okt. 1639, Aedilis 1632-1637 en presbyter gereformeerde gemeente 1652-1654 ald., overl. Odenkirchen 26 maart 1654, tr. le omstr. 1623 Odilia Blinten, geb. Odenkirchen omstr. 1600, overl. na 13 febr. 1633; tr. 2e Wickrathberg 18 febr. 1645 Mergen Kalbs, van Odenkirchen. Uit het eerste huwelijk:

Burg und Herrlichkeit Odenkirchen von Nordwesten um 1680, Gemälde von Gebhard Schwermer (1930-2007) im Burgturm zu Odenkirchen (nach einem Detail eines Wandteppichs auf Schloss Westerloo der Fürsten von Merode in Belgien)

Burg und Herrlichkeit Odenkirchen von Nordwesten um 1680, Gemälde von Gebhard Schwermer (1930-2007) im Burgturm zu Odenkirchen (nach einem Detail eines Wandteppichs auf Schloss Westerloo der Fürsten von Merode in Belgien)

VII. Antonius Quast, geb. Odenkirchen omstr. 1629, leenman van het huis en de heerlijkheid Odenkirchen, lidmaat te Wickrathberg 20 april 1647, overl. Odenkirchen tussen 1april 1664 en 19 okt. 1665, tr. (ondertr. Wickrathberg 3 maart) 1647 Sibilla Eilbracht, geb. Odenkirchen 27 nov 1614, doopgetuige Wickrathberg 12 maart 1683, overl. ?, dr. van Ds. Caspar[us] en Anna Coenen en wed. van Johann von Rentmude, heer van Leppenbroek.

VIII. Caspar Quast, geb. Odenkirchen omstr. 1648, beleend met Broicherhof te Wickrathberg, lidmaat te Wickrathberg 12 juni 1666, overl. waarsch. ald. vòòr 28 jan. 1719, tr. Wickrathberg 1 okt. 1669 Neesgen (Agnes) Schergens, geb. Odenkirchen omstr. 1647, lidmaat te Wickrathberg 12 april 1664, overl. Wickrath tussen 10 mei 1719 en 27 april 1720, dr. van Florenz en Cilgen Coenen.

IX. Ds. Antonius Quast, geb. Wickrathberg 19 juli 1682, Odenkirchen, ged. 19 sept.
1699, student te Duisburg, rector Latijnse school te Wickrathberg 1710 tot 1718, predikant te Schwanenberg (Reichsherrschaft verbonden met Wickrath) 1718, overl. ald. tussen 26 mei en 17 dec. 1751,tr. le Wickrathberg 16 jan. 1707 Agnes Camphausen, ged.Wickrathberg 15 juni 1687, overl. na 12 okt. 1710, dr. van Claas en Dreutgen Schmasen; tr. 2e Wickrathberg 4 dec 1712 Johanna Elisabeth Herminghausen, geb. Gladbach omstr. 1688,lidmaat Gladbach 1 april 1708, overl. Schwanenberg 4 dec. 1779, dr. van Ds. Johann Peter en Johanna Lüps. Uit het tweede huwelijk behalve twee jong gestorven kinderen:

X. Ds. Johann Caspar Adolphus Quast, ged. Wickrathberg 26 jan. 1718, student te Duisburg 21 sept. 1734. predikant te Wassenberg en Hückelhoven 1743-1751 en te Schwanenberg 1751-1768, predikant op Curaçao 1770-1783, 1789-, overl. ald. juni 1790, tr. le Katharina Engelberts; tr. 2e Maria Katharina Jansen, begr. Curaçao 20 maart 1808. Uit het tweede huwelijk:

Jan Hendrik Quast (1773-1825) en Johan Anton Quast (1803-1859) – Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) in Den Haag.

Jan Hendrik Quast (1773-1825) en Johan Anton Quast (1803-1859) – Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) in Den Haag.

XI. Jan Hendrik Quast, geb. Curaçao 16 nov. 1773, cadet kanonnier West-Indische Compagnie 1789, le luitenant art. 1795, lid Kleine Raad 1803, kapitein 3e compagnie gewapende burgerwacht 1806 [NA, 2e afd. Raad der Amerikaanse Bezittingen, nr. 186, fo. 125], overl. Curaçao, 9 aug. 1825, tr. ald. 28 aug. 1796 Maria Jacoba Luydens, geb. Curaçao 2 nov. 1772, overl. Curaçao 12 okt. 1838, dr. van Cornelis Jacobus en Anna Sophia Daal. Hij werd met Koninklijke Beierse toestemming geadopteerd door zijn oudere neef, J.A. Freiherr von Quast, waarmee de titel Freiherr en het predicaat von op hem overgingen.

XII. Cornelis Ringeling Quast, geb. Curaçao 19 maart 1811, 2e luitenant 16 nov. 1839, en 1e luitenant der schutterij 19 dec. 1844 – 15 maart 1849, overl. Curaçao 4 aug. 1849, tr. Curaçao 9 mei 1832 Catharina Elisabeth Latté, geb. Curaçao 26 nov. 1816, overl. ald. 16 april 1873, dr. van Johannes Rudolph Latté en Alida Meekelenburg.

Maria Jacoba Luydens (….-….) Cornelis Ringeling Quast (1811-1849) – Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) in Den Haag

Maria Jacoba Luydens (….-….) Cornelis Ringeling Quast (1811-1849) – Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) in Den Haag

XIII. Johannes Rudolf Latté Quast, geb. Curaçao 8 jan. 1839, reder, overl. ald. 16 dec. 1897, tr. Curaçao 1 mei 1867 Suzanna Gijsbertha Neuman, geb. Curaçao 2 april 1844, overl. 24 okt. 1941, dr. van Carl Magnus Neuman en Clara Orselina Weijgel.

XIV. Carl Magnus Neuman Quast, geb. Curaçao 31 maart 1881, chef firma C. Winkel en Zoon, import en export handelaren te Willemstad op Curaçao, overl. ald. 23 dec. 1932, tr. Curaçao 12 nov. 1930 Virginia Ambrosina Conquet, geb. Curaçao 22 maart 1884, overl. Aruba 23 juni 1958, dr. van Maria Natividad Conquet. Hieruit nakomelingen (Juchter van Bergen) Quast.

 

Belangrijkste literatuur

  • Genealogisches Handbuch des Adels, Adelslexikon XI (2000)
  • A.J.C. Krafft, Historie en Oude Families van de Nederlandse Antillen, Het Antilliaans Patriciaat, ‘s-Gravenhage 1951 (uitgever: M. Nijhoff)
  • C.E.G. ten Houte de Lange, Repertorium Familiewapens van Bekende Nederlandse Geslachten, Een overzicht van de wapens van de adel, het patriciaat en aanverwante geslachten van het Koninkrijk der Nederlanden, ‘s-Gravenhage/Rotterdam 2001 (uitgever: Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde)
  • A.E.M. Roelants, J.T. Anema, O. Schutte (red.), Nederlandse Genealogieën 11 en Nederlandse Genealogieën 13, ‘s-Gravenhage 1996 resp. 2005 (uitgever: Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde)
  • V.A.M. van der Burg en C.E.G. ten Houte de Lange, De hoogstaangeslagenen in ‘s Rijks directe belastingen 1848-1917. De verkiesbaren van de Eerste Kamer der Staten, ‘s-Gravenhage/Rotterdam 2004 (uitgever: Barjesteh van Waalwijk van Doorn & Co’s).